Integrale geboortezorg

  

Resultaten

In het INCAS-1 onderzoek zijn bevorderende en belemmerende factoren voor de integratie van geboortezorg en de implementatie hiervan onderzocht. Tijdens dit onderzoek werd gebruik gemaakt van vijf verschillende onderzoeksmethoden:

- dossieronderzoek van 600 vrouwen die tijdens de baring verwezen zijn;
- economische evaluatie op basis van het dossieronderzoek;
- (Delphi-)vragenlijst onder een panel van 50 experts in de geboortezorg;
- interviews met 18 gynaecologen en verloskundigen;
- online vragenlijst onder 423 gynaecologen en verloskundigen.

De resultaten per onderzoeksmethode worden hieronder kort beschreven.

Het grootste deel van de verwezen vrouwen uit het dossieronderzoek (85%) werd verwezen tijdens de ontsluitingsfase. Van de gehele groep kreeg 37% epidurale pijnstilling, 12% een kunstverlossing en 24% een sectio caesarea. Van de verwijzingen durante partu eindigde 63% in een spontane vaginale bevalling en werd geen microbloedonderzoek (MBO) of foetaal electrocardio analyse (STAN) verricht. Voor deze groep vrouwen zou integrale zorg een optie zijn.

De economische evaluatie op basis van het dossieronderzoek liet zien dat de zorg goedkoper uit zou kunnen vallen indien de eerstelijns verloskundige de baring blijft begeleiden. Ondanks dat integrale zorg tot forse kostenbesparingen zou kunnen leiden, kan op basis van deze economische evaluatie niet worden aanbevolen om eerstelijns verloskundigen, vrouwen met een 'moderate risk' te laten begeleiden om daarmee de gezondheidszorgkosten naar beneden te brengen. Evaluatie van integrale zorg in de praktijk is noodzakelijk om de werkelijke kostenverschuiving in kaart te brengen. 

Uit Delphi-onderzoek bleek dat de deelnemers integrale zorg tijdens de baring belangrijk vinden. Er is echter weinig tot geen consensus bereikt over de inrichting van de zorg onder panelleden. Het behoud van autonomie is voor zowel eerste- als tweedelijns zorgverleners belangrijk. Alhoewel het grootste deel van de respondenten voor behoud van de thuisbevallig is, hebben de zorgverleners geen consensus kunnen bereiken over de organisatie hiervan. Ook is er geen consensus bereikt over verschuiving van verantwoordelijkheden in het takenpakket van zorgverleners. Eerstelijns verloskundigen gaven wel aan dat zij bereid zijn om hun takenpakket uit te breiden.

De interviews lieten zien dat verloskundige zorgverleners voorstander zijn van een integraal verloskundig zorgmodel om continuïteit van zorg te verbeteren. De thema's cliënt centraal, zorgverlener volgt patiënt vs. ketenzorg en competenties kwamen als basiskarakteristieken van een integraal zorgmodel tijdens de baring naar voren. Als bedreigingen werden de financieringsstructuur en de angst voor verlies van autonomie genoemd.  

In het online vragenlijstonderzoek werden een uiteenlopende visie (66,4%) en de huidige financiële prikkels en belangen (71,8% en 71,5%) door de verloskundige zorgverleners gezien als belangrijkste belemmeringen voor de invoering van een integraal verloskundig zorgsysteem tijdens de baring. Het elektronisch dossier (98,1%), de zorg rond de cliënt in teams organiseren (86,2%), persoonlijke continuïteit (81,6%) en voldoende praktijkervaring met moderate risk bevallingen onder eerstelijns verloskundigen (67,1%) werden genoemd als belangrijkste bevorderende implementatiefactoren. De klinisch verloskundige werd het meest geschikt geacht als zorgverlener bij moderate risk indicaties. Ook bij dit onderzoek gaven eerstelijns verloskundigen aan bereid te zijn tot taakuitbreiding.